|
Een café is gebouwd voor een gewone zaterdag. Voor een stuk of tachtig gasten, een koeling achter de bar, een koffiemachine, wat verlichting en een geluidsinstallatie die zelden boven achtergrondmuziek uitkomt. Dan wordt het februari, heet Den Bosch een paar dagen Oeteldonk en verandert dezelfde zaak in iets heel anders. Er komt een podium in de hoek, een extra tap, een koelaanhanger op de stoep, een rij elektrische terrasheaters en een dj die zijn eigen speakers meeneemt. De muren zijn hetzelfde gebleven. De installatie ook. Dat is in de kern het probleem waar veel ondernemers in de Bossche binnenstad elk jaar tegenaan lopen, en het geldt net zo goed voor een pop-up in een leeg winkelpand of een feestavond rond de elfde van de elfde. Extra apparatuur is snel geregeld. Extra stroom niet. Waar het meestal misgaatEen kennis die al jaren een zaak heeft in een zijstraat van de Markt vertelde me hoe het bij hem ging, de eerste keer dat hij een band liet spelen. Om half negen, precies bij het eerste nummer, viel de helft van de verlichting uit en stond de bar in het donker. De terrasheaters, de bain-marie met worstenbroodjes en de versterker van de band bleken op dezelfde groep te zitten, met daartussen een verlengsnoer van de ene haspel naar de andere. Het publiek vond het prachtig. Hij minder. Dat verhaal hoor je vaker. Een gewone groep kan zo’n 3.600 watt aan en één elektrische terrasheater gebruikt daar al de helft van. Haspels die half opgerold blijven liggen, worden warm. Buiten maakt februari het nog lastiger, want regen en natte kabels op de stoep zijn precies de omstandigheden waarin een aardlekschakelaar terecht ingrijpt. En geluid heeft zijn eigen eisen. Een geluidsinstallatie die een groep deelt met koelmotoren, kan gaan brommen of storen zodra de compressor aanslaat. Rekenen voordat de eerste polonaise begintWie het goed wil doen, begint weken van tevoren met een simpele inventaris. Welke apparaten komen erbij, hoeveel vermogen vragen ze en waar komen ze te staan. Dat lijstje leg je naast de groepenkast. Vaak blijkt dan dat een zaak een krachtstroomaansluiting heeft waar meer uit te halen valt dan de bestaande groepen doen vermoeden. Een tijdelijke verdeelkast met eigen aardlekbeveiliging, gevoed via een vijfpolige CEE-aansluiting, kan de feestapparatuur dan netjes over de drie fasen verdelen. Geluid krijgt een eigen groep, de koeling ook, en de terrasheaters worden niet meer aan elkaar geknoopt. Mijn kennis heeft dat het jaar daarop zo aangepakt. Hij belde in november al met Elektricien Den Bosch, liep met de monteur door de zaak en liet een tijdelijke voorziening maken die na carnaval weer weg kon. Het mooiste vond hij dat hij voor het eerst wist wat hij aan zijn installatie kon vragen, en wat niet. De pop-up is een verhaal apartBij een pop-up in een leegstaand pand, ergens op de Hinthamerstraat of rond de Parade, speelt nog iets anders. Zo’n pand heeft soms maanden geen gebruiker gehad, de installatie is niet bekeken en de aansluiting kan zelfs zijn afgesloten. Een aansluiting heropenen of verzwaren loopt via de netbeheerder en dat gaat niet in een paar dagen. Voor een evenementenvergunning wil de gemeente bovendien weten hoe de stroomvoorziening en de veiligheid geregeld zijn, zeker als er een aggregaat op straat komt te staan. Het is de minst feestelijke kant van carnaval, maar wel de kant die bepaalt of het feest doorgaat. Een zaak die drie dagen vol staat, kan zich geen uur in het donker veroorloven. Wie net als mijn kennis de stroom op tijd met Elektricien Den Bosch doorneemt, merkt er tijdens het feest vooral niets van. En dat is precies de bedoeling. |












